Blog

Laat de zorg te wensen over na overlijden?

“Het gaat heel slecht met mijn vrouw, de artsen kunnen niets meer voor haar betekenen. De prognose is dat zij waarschijnlijk binnen drie maanden komt te overlijden. De arts noemde het de terminale fase?” – echtgenoot van cliënt.

Regelmatig zijn er cliënten in zorg die thuiswonend zijn waarbij er progressieve ziekte speelt die hen uiteindelijk fataal zal worden of de complicaties daarvan. In deze fase zijn er veel vragen en onduidelijkheden. “Hoe nu verder?” is een veel gehoorde vraag van de cliënt of familie en naasten. Tja, hoe nu verder denkt ook de zorgverlener. Natuurlijk zijn er allerlei richtlijnen en hebben zat knappe koppen hier over na gedacht. Maar hoe moeten we nu echt verder? Hoe moet het verder met deze cliënt en niet te vergeten: hoe moet het verder met de familie?

Vaak is de zorg goed af te stemmen op de behoeften van de cliënt. De drie maanden voor overlijden (terminale fase) heeft de cliënt een indicatie die is gesteld door de wijkverpleegkundige waarbij er rekening is gehouden met deze fase van het leven. Vaak draait de zorg om comfort omdat de curatieve fase al geweest is of niet meer haalbaar is. De zorgverlener komt afhankelijk van de zorgvraag zeer regelmatig langs en de zorg die geboden wordt is zeer intiem. Alle ongemakken en, hoe gek het ook klinkt, mooie momenten, worden gedeeld met de zorgverlener. Cliënten in deze fase zijn erg afhankelijk, onzeker en soms ook bang voor wat komen gaat. Optimale zorg door gespecialiseerde zorgverleners is cruciaal in de laatste levensfase, ga maar na als je zelf in een dergelijke situatie zal komen. Dan wil je ook de beste zorg die er op dat moment is, toch? Wat is het dan toch fijn dat mogelijk is in een land als Nederland!

“Mijn vrouw ademt raar, het gaat niet goed, kunt u snel komen?” En daar gaat de zorgverlener als de bliksem richting de cliënt. Bij aankomst ziet de zorgverlener dat het einde nadert. De ademhaling is onregelmatig, cheyne-stokesademhaling en ook zijn er vlekken op de huid te zien. Oei, dit gaat niet lang meer duren. De zorgverlener probeert zo veel mogelijk de echtgenoot gerust te stellen, belt de huisarts en vertelt de echtgenoot dat het einde nadert met alle ‘natuurlijke’ taken die daarbij horen. Ondanks het verwachte overlijden komt het moment altijd nog onverwachts. “Heeft mijn vrouw pijn? Heeft ze het benauwd? Hoe lang gaat het nu nog duren?”, de zorgverlener kan hier geen concreet antwoord op geven. En net op het moment dat de zorgverlener wil antwoorden, blaast mevrouw haar laatste adem uit. Er is zichtbaar veel verdriet bij de echtgenoot, maar ook bij de zorgverlener (weliswaar onderdrukt of professioneel, hier is geen juiste bewoording voor). Maar we zijn allemaal mensen.

De arts heeft geconstateerd dat mevrouw overleden is en de begrafenisondernemer wordt ingeschakeld. Maar de thuiszorg, waar blijft die? Die sluiten de zorg af, nemen de map en eventuele spullen mee terug en evalueren even kort. Dit omdat de thuiszorg wordt betaald door de zorgverzekeraar van mevrouw. Maar mevrouw is overleden en daar stopt dus ook de betaling. Sommige zorgverleners kiezen ervoor om alsnog later terug te gaan om de zorg ‘netjes’ af te sluiten, echter wordt dit niet betaald en zal dit binnen de eigen kosten of kosten van de baas vallen, waardoor het bijna onmogelijk wordt. Maar dan boek je de kosten toch op de echtgenoot zeggen oplettende, tja was dat maar zo makkelijk!

Kortom de zorgverlener komt meerdere malen per dag, soms maanden lang. Als de cliënt is overleden dan valt de partner weg en is de zorgverlener, die altijd een luisterend oor had, ook nog eens weg. Zoals iedereen wel eens een dierbare is verloren, val je in het welbekende ‘gat’ na overlijden. Laat staan als je al 70 jaar samen bent en lief en leed hebt gedeeld, dit valt niet mee.

Maar gelukkig wonen we in Nederland, toch?

Quincey Ruis